
Wet studiefinanciering 2000
Artikel 6.7 Aflosfase
1
De aflosfase beslaat behoudens toepassing van artikel 6.9, derde lid, 15 kalenderjaren volgend op de aanloopfase of zoveel minder maanden als er maandelijkse termijnen zijn berekend op grond van het tweede lid. Deze periode wordt verlengd indien artikel 6.15, tweede lid, van toepassing is.
2
Aan het begin van de aflosfase wordt een oorspronkelijke maandelijkse terugbetalingstermijn berekend door toepassing van artikel 6.9, tweede lid, onderdeel a, op basis van het bedrag aan opgebouwde studieschuld bij de start van de aanloopfase, vermeerderd met de in de aanloopfase over dat bedrag berekende rente. Daarbij wordt geen rekening gehouden met bedragen die, zonder opeisbaar te zijn, zijn terugbetaald in de aanloopfase. De duur van de aflosfase wordt berekend door het bedrag dat in de aanloopfase is terugbetaald te delen door de uitkomst van de eerste volzin. Het aldus verkregen getal wordt naar beneden afgerond en geeft aan het aantal oorspronkelijke maandelijkse termijnen dat in de aanloopfase is terugbetaald. De aflosfase wordt verminderd met het aantal oorspronkelijke maandelijkse termijnen.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
-
LJN BA0994, Eerste aanleg - enkelvoudig, BC 06/3411-HAM1
Rechtsoort
Bestuursrecht overig
Datum uitspraak
22-02-2007
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Rechtbank RotterdamGelet op CBB 13 juni 2006 (LJN: AX8793; AB 2006/334) ziet de rechtbank aanleiding het bezwaarschrift van eiseres, voorzover het ziet op deelneming aan het fonds van verweerster, moet worden aan te merken als een verzoek om vrijstelling als bedoeld in artikel 13 van de Wet Bpf 2000, waarbij dan tevens de werkingssfeer aan de orde kan komen. -
LJN BD1570, Eerste aanleg - enkelvoudig, 373084/CV EXPL 08-1678
Rechtsoort
Civiel overig
Datum uitspraak
07-05-2008
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Rechtbank HaarlemVerzet tegen een dwangebevel ex art. 21 Wet Bpf 2000. Bezwaar en beroep tegen een besluit betreffende vrijstelling behoort tot de competentie van de bestuursrechter. De vraag of een deelnemer (verplicht) is aangesloten behoort tot de competentie van de kantonrechter. De kantonrechter oordeelt dat de deelnemer terecht is aangesloten... -
LJN BD6327, Eerste aanleg - enkelvoudig, 07/4022
Rechtsoort
Bestuursrecht overig
Datum uitspraak
07-04-2008
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Rechtbank RotterdamWet Bpf 2000. Diende het Bedrijfstakpensioenfonds vrijstelling te verlenen? Omvang aanvraag. -
LJN BG3941, Hoger beroep, AWB 08/322
Rechtsoort
Bestuursrecht overig
Datum uitspraak
28-10-2008
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Hoger beroep
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
College van Beroep voor het bedrijfslevenWet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 -
LJN BH2665, Eerste aanleg - enkelvoudig, 08/3416
Rechtsoort
Bestuursrecht overig
Datum uitspraak
09-02-2009
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Rechtbank RotterdamWet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000. Mag een bedrijfstakpensioenfonds weigeren een verzoek om vrijstelling van deelneming in behandeling te nemen indien de aangeschreven werkgevers betwisten dat hun bedrijfsactiviteiten onder de werkingsfeer van een verplichtstellingsbesluit vallen...